| De tijden van weleer: Cees Lok ''The Living Legend'' |
| Interviews | Interviews |
|
Cees, Wageningen een roemrijke club, vier jaar gespeeld, ik denk dat het voor jou ontwikkeling een uitstekende keus is geweest als beginnende prof van 17 jaar. ''Ja dat was het zeker. De omstandigheden waren in die tijd heel anders. Nu kun je instromen en opgeleidt worden en is alles goed geregeld. In onze tijd had je een eerste elftal, weer later een tweede team, en weer later de A1. Als ik zo weer terug denk aan die tijd had dat wel zijn charme. Als 16-17 jarige speler die net kwam kijken was het fantastisch om bij deze club te mogen spelen. Ik kom uit Renkum, onderaan aan de voet van de berg. Als jong jochie ging ik met mijn vader, de buurman en vriendjes naar Wageningen kijken. Dat ik dan vele jaren later daar zelf ging spelen was een droom die uitkwam. Wat een sfeer daar op die berg echt uniek.'' ''Toen ik daar kwam spelen had je doorgewinterde profs daar lopen die hun carrière aan het afbouwen waren. Peter v/d Ley en Bertje Gozems, Zeeger Tollenaar om er een paar te noemen. Nou die maakten je wel even weg wijs in het betaalde voetbal kan ik je zeggen. Als je niet deed wat de heren in petto hadden kreeg je schoppen tegen je achterste. Veel geleerd daar en het is een mooie opstap geweest in een latere fase toen ik voor NEC ging spelen.'' Jan Versleijen was je coach toen je eerst begon in het tweede team, wat was dat voor een trainer in jou ogen? ''Goede trainer en een mooi mens. Ik zat nog op school en op een gegeven moment zegt hij tegen mij nogal quasi “waarom ga je nog naar school. Dat kun je later toch ook afmaken. Ik heb toen over het laatste schooljaar dus twee jaar gedaan. Doordat ik dat deed kon ik twee/drie keer individueel trainen boven op de berg. Ik kreeg spitsentraining van Jan, allemachtig prachtig. Links wegdraaien, rechts wegdraaien, vrijlopen , tweede paal inkopballen dat soort werk Mijn kop is altijd een sterk wapen van mij geweest. Na een korte periode in het tweede elftal volgde de hoofdmacht met coach Hans Boersma met Jan van Eijk als assistent. Ik heb vier prachtige jaren meegemaakt op de berg. We speelden meestal in een 4-4-2 systeem en dan op zijn engels want die sfeer hing altijd rond op de berg. In die tijd moesten wij het hebben van veel inzet en karakter. Ik stond in de spits met Tommie Krommedijk. Tommie was een enorm talent en had veel voetbal aspecten in huis. Bij ons in het team was hij het genie. In de tijd dat hij later voor FC Twente speelde is hij toen verongelukt. Dat was een grote slag in de voetbalwereld.'' Voorafgaande aan een wedstrijd, hoe beleefde jij die sfeer als je moest spelen als je naar de berg toereed.
Jan van Halst dagdroomd nog wel eens bij de berg. Hoe zit dat bij jou eigenlijk? ''Ik heb precies hetzelfde. Ik zet regelmatig de auto er even neer. Hotel Wageningen ligt achter de berg. Wij drinken daar dan even koffie en dan wandelen we weer terug. Als ik daar in de buurt ben dan geniet ik er nog volop van. Ik zie mezelf nog steeds daar aan komen fietsen vroeger.'' Zowel in de achterhoede als in de spits kwam je uitstekend uit de voeten. Bij Wageningen begon je in de spits. Had je eigenlijk voorkeur op welke plaats of positie je speelde of maakte dat niet uit? ''Ik begon inderdaad als spits bij Wageningen. Daarna verkaste ik naar de achterste linie. Piet Schrijvers was toen de coach bij ons. Bert van de Pol kwam bij ons spelen. Dat was ook een nummer 9. Die kwam bij NEC vandaan. Bert ging voorin spelen, ik ging naar achteren en bleef daar op die positie spelen. Ik had altijd wel de drang naar voren toe en had als speler best wel een scorend vermogen. Ik was kopsterk en scoorde vaak daarmee. Bij elke vrije trap of cornerbal ging ik mee naar voren. Ik was een prima spits voor de eerste divisie, maar kwam echter te kort als spits in de eredivisie. Ik kon dat rechtzetten als ik in de achterste linie speelde en goed bruikbaar was als centrale verdediger bij NEC in de eredivisie.'' Tot slot Cees. Totaal scoorde je 100 goals. Noem mij eens de 3 mooiste of is dat lastig? ''Oei, mijn allereerste doelpunt was thuis op de Wageningse berg tegen NAC. Een afstandschot van net buiten de 16 meter knalde ik raak in de nok van het doel. In een volgepakt stadion en dan scoren, wat een gevoel was dat. Mijn beroemdste doelpunt was NEC toen spelend in de eerste divisie en wij Ajax uitschakelde in de halve finale van de KNVB beker in de Meer. Het Ajax van Louis van Gaal, wat het jaar daarvoor de Champions League finale nog had gespeeld met o.a. Davids, Blind, van de Sar, Seedorf, Overmars en niet te vergeten Rijkaard. Niet mis. Wij wonnen in de Meer met 1-2. Ik heb daar nog een fantastische foto van dat ik de winnende goal scoorde. Met 6 Ajaxieden om heen, prachtig en dan scoren.'' ''En dan nummer 3. Na mijn lange revalidatie van mijn enkel viel ik in tegen Feyenoord. Feyenoord was nog ongeslagen en wij moesten winnen want we stonden er niet echt goed voor. Ik scoorde mijn laatste doelpunt in mijn carrière en gelijk de 100ste bleek achteraf. Want daarna was ik genoodzaakt om te stoppen. Als je de beelden terugziet heb ik vele traantjes gelaten toen ik scoorde. Een doelpunt met zeer veel emotie. Maar met goede en dankbare herinneringen aan mijn voetballoopbaan,'' aldus Cees Lok. Door: Hennie van de Weerd, verslaggever Topklasse.com
Foto: orange-pictures.nl |


Cees Lok, begonnen bij de jeugd van RVW uit Renkum, vervolgens de race fiets gepakt, maar uiteindelijk maakten de voetbalkicks het verschil. Vier jaar speelde Cees Lok voor de FC Wageningen op de berg in de periode 1984-1988. Begon in het tweede team van WVV Wageningen. Viel gelijk op, en stootte door naar de profs van FC Wageningen. Zijn inbreng was gelijk van hoog gehalte. Vele clubs in die periode haalden bakzeil op de berg en gingen puntloos weer naar huis. Lok speelde 117 wedstrijden voor de groen-witten en scoorde 31 goals. Afgelopen 27 augustus 2011 bestond WVV Wageningen 1911 100 jaar. Van die honderd jaar speelden de FC er haast veertig jaar in het betaalde voetbal. Lok ging naar vier goede jaren bij de bergbewoners naar NEC. Leen Looyen de coach van NEC zag wel brood in Lok en dat had hij goed gezien. Gelijk in zijn eerste seizoen promoveerde Lok met NEC naar de Eredivisie. Ook bij NEC was hij mateloos populair en kreeg hij de bijnaam The Living Legend van de supporters. Lok was een veelzijdige speler. Speelde als voorstopper altijd uitstekende wedstrijden en nam zijn team op sleeptouw, een echte leider. Ook als spits was hij altijd scherp en onberekenbaar en levensgevaarlijk met zijn kop. In kansloze positie was hij het die dan toch weer het verschil kon maken. Of hij nu in de spits stond of in de achterste gelederen Lok rendeerde altijd. Voor NEC speelde Lok 230 competitiewedstrijden en scoorde 69 goals, in zijn totaliteit 100 goals dus, veelzeggend. Een chronische enkelblessure speelde hem parten in een later stadium van zijn carrière. Het betekende het einde van een glansrijke periode als profvoetballer bij FC Wageningen en NEC waar hij tien jaar speelde. In 1998 stopte hij met betaald voetbal. Ook als coach deed Lok van zich spreken. Na zijn proftijd werkte hij voor datzelfde NEC, eerst als jeugdtrainer, later als assistent van Johan Neeskens en weer enige tijd later als hoofdcoach van NEC. Ook NAC kwam voorbij in zijn loopbaan. Bij topamateurclub IJsselmeervogels pakte hij gelijk in zijn eerste jaar de zaterdagamateurtitel titel in 2007. Een jaar later had hij weer succes, nu met het beloften elftal van FC Twente waar hij het landskampioenschap pakte voor de eerste keer voor deze club. Momenteel is Lok al enige tijd technisch manager bij FC Twente en werkte hij ondermeer met Steve McLaren. Onder Mc Laren en Lok behaalde de Twentenaren voor de eerste keer in hun bestaan de landstitel. De samenwerking heeft nu inmiddels weer een vervolg gekregen na het ontslag van Co Adriaanse, want Mc Laren heeft jl. 7 januari 2012 voor twee en een half jaar getekend en is nu dus voor de tweede keer de coach van FC Twente geworden. Ik toog naar De Grolsch Veste waar ik werd ontvangen door Cees Lok en ik wat vragen voor hem in petto had over zijn FC Wageningen periode.
''Zowel binnen als buiten het stadion was dat uniek. Ik ging op de fiets naar de berg. Ik moest natuurlijk veel eerder naar het stadion en dan liepen er al vele supporters richting stadion. Als je dat zag lopen allemaal hoefde ik geen oppepper meer en was de motivatie optimaal. Het was altijd een drukte van belang op de berg. Vier à vijf duizend toeschouwers was normaal. Als ik mensen vertel dat ik bij Wageningen heb gespeeld zeggen ze maar een ding “de berg. Ze, de oudere garde, kunnen zich de voetbalsfeer nog goed herinneren. Dat stadion was knus maar het was klein. Als je in de kleedkamer zat met omkleden hoorde je de mensen buiten al helemaal zich toeleven naar de wedstrijd. Mooie tijd, ik blijf het zeggen.''